Een payrollbedrijf voor de horeca is voor de sectorindeling ingedeeld in de sector horeca algemeen. Het bedrijf heeft bij de afdracht van de loonheffingen het lage sectorpremiepercentage toegepast. De inspecteur is van mening dat het hoge percentage had moeten worden toegepast, omdat de omvang van de te verrichten arbeid niet in de arbeidsovereenkomsten werd vastgelegd. Dit is bij een eerder boekenonderzoek ook al vastgesteld, maar door ziekte van de behandelaar heeft dit destijds niet tot een naheffingsaanslag geleid.
Vertrouwensbeginsel
Het payrollbedrijf meent dat zij aan het uitblijven van een correctie bij het eerdere boekenonderzoek het vertrouwen heeft mogen ontlenen dat de inspecteur zich alsnog heeft neergelegd bij het lage percentage. Van een gerechtvaardigd vertrouwen kan echter geen sprake zijn als een standpunt zodanig in strijd is met de wettelijke regeling dat iemand in redelijkheid de inspecteur niet aan dit onjuiste standpunt kan houden. Het payrollbedrijf had als professionele partij op dit gebied de onjuistheid van de toepassing van het lage percentage kunnen en moeten beseffen, zodat bij haar niet het in rechte te honoreren vertrouwen is gewekt dat de naheffingsaanslagen achterwege zouden blijven.
Zorgvuldigheidsbeginsel
Het payrollbedrijf stelt verder dat de inspecteur het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door het nalaten van een reactie. Dit handelen zou wellicht gevolgen kunnen hebben voor een eventueel opgelegde naheffingsaanslag over het betreffende jaar, maar daaraan kunnen geen gevolgen worden verbonden met betrekking tot latere jaren.
